Kneus de serehstengel. Was de ketan en meng deze met 3 dl santen, zout en sereh. Voeg zoveel water toe datde ketan 2 cm onder staat. Kook de ketan tot het water is verdampt en laat nog 10 minuten staan. Haal vervolgens de serek uit de ketan. Smelt de gula jawa in het water en voeg daar daun pandan, de rest van de santen en zout naar smaak aan toe. Laat dit zachtjes koken tot je een dikke stroop hebt gekregen. Verwijder de pandan en meng de ketan door de sstroop. Vet een schaal in met wat olie. Giet het mengsel in de schaal en laat afkoelen. Snijd de koek in ruiten.