Spoel de gedroogde kikkererwten af in een fijne zeef en laat ze 16 uur weken in ruim koud water, want ze zullen in volume verdubbelen. Giet ze daarna goed af en droog ze zo goed mogelijk met een schone theedoek. Hoe droger, hoe beter ze straks aan elkaar blijven plakken.
Doe vervolgens de peterselie, ui en knoflook in een keukenmachine en maal dit fijn. Zet dit mengsel even apart. Voeg dan de geweekte kikkererwten toe aan de keukenmachine, samen met het havermeel, het zout, de komijn, kardemom, koriander en eventueel cayennepeper. Mix alles tot een bijna glad mengsel waarin nog kleine stukjes zichtbaar blijven. Schraap tussendoor de zijkanten even los. Als het te korrelig blijft, mix dan iets langer.
Knijp een klein beetje van het mengsel tussen je vingers om te testen of het goed plakt. Valt het uit elkaar, voeg dan een klein beetje extra havermeel toe. Proef ook even en pas de kruiden eventueel aan. Zet vervolgens het mengsel afgedekt in de koelkast en laat het ongeveer een uur rusten, zodat het steviger wordt en de smaken goed kunnen intrekken.
Haal het mengsel uit de koelkast en vorm er met je handen kleine schijfjes van ongeveer anderhalve eetlepel per stuk. Verhit een dun laagje olie in een koekenpan op middelhoog tot hoog vuur. Leg de falafels voorzichtig in de pan en bak ze ongeveer twee tot drie minuten per kant, tot ze goudbruin en knapperig zijn. Draai ze rustig om, want ze kunnen nog wat kwetsbaar zijn. Ga door tot alle falafels gebakken zijn en serveer ze direct.
Deze falafel is heerlijk met hummus, tahinisaus of knoflook-dillesaus, en kan worden geserveerd in pita, op een salade of gewoon zo als snack.