Schil de aardappelen. Kook ze gaar in gezouten water. Laat wat afkoelen en snij ze in plakjes van ± 1 cm dik.
Snij de witlof in grove stukken.
Bak de stukjes witloof kort aan in wat boter. Kruid met peper en nootmuskaat. Schenk er 1 dl melk bij en laat op een zacht vuur 10 minuten gaar stoven. Laat goed uitlekken, vang het stoofvocht op.
Bak het gehakt rul in olijfolie. Kruid met het verkruimelde bouillonblokje. Schep het in een ovenschaal.
Leg er het witlof op en dek af met de aardappelschijfjes.
Maak een blonde roux met de boter en de bloem (3 min.). Leng aan met het stoofvocht van het witlof en eventueel nog wat melk (reken ± 2 dl vocht voor een dik vloeibare bechamelsaus).
Roer, van het vuur, de helft van de kaas door de saus. Kruid bij naar smaak. Lepel ze over de aardappelen.
Bestrooi met de rest van de kaas en zet onder de ovengrill tot het kaaskorstje mooi gekleurd is.